Paula Bastiaansen geeft vorm aan het ongrijpbare

Artikel uit Keramiek, nr. 5/oktober 2003

"Ik ben heel benieuwd naar wat er om me heen gebeurt. Het is een zoektocht naar de fragiliteit, gewichtloosheid en transparantie, naar het ritme en de beweging. Vaak levert de natuur mij daarbij ideeën en inspiratie, zoals de vormenrijkdom van bloesem, de rimpelingen in de zee en een foto van een orkaan met zijn grootse en dreigende vormen. Pas achteraf ontdek ik die kort durende impressies terug in mijn ontwerpen."

Aan het woord is Paula Bastiaansen (NVK) uit Sprundel (NB) die in haar werk probeert vorm te geven aan die kort durende, ijle en kwetsbare vormen en ze op die manier vastlegt en zichtbaar maakt. En ze maakt daarbij gebruik van bone-china porselein, "een materiaal zo dun en neigend naar glas, zo transparant en licht, dat het bijna geen materiaal meer is."

Gewaagde keuze
Paula Bastiaansen (1953) kwam in aanraking met klei tijdens een tentoonstelling van gedraaid aardewerk van de keramist Dick Hageman, ging bij hem leren draaien en werd daarna opgeleid aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in 's-Hertogenbosch in de vakrichting keramiek. Bij het zien van het werk van een Noorse keramist raakte zij zo gefascineerd door zijn porselein, dat ze zelf ook koos voor dat materiaal. "Veel te vroeg", vonden haar docenten, "er kan dan zoveel misgaan vóór je examen; stel die keuze liever uit!" Maar ze zette door, zocht via interviews contact met keramisten die ook met porselein werkten en besloot definitief: "Dit moet ik doen."

Na haar afstuderen begint haar zoektocht naar een persoonlijke werkwijze pas echt. Bastiaansen werkt hard en gedisciplineerd, levert regelmatig werk voor exposities, maar constateert telkens: "Dit is het niet!"
Dan besluit zij om voorlopig niet meer te exposeren en naast het geven van cursussen alleen te werken tot zij de resultaten bereikt die zij al op de Academie voor ogen heeft gehad. Dit houdt zij drie jaar vol.
"Tijdens het werken voel ik mij nooit onzeker, maar bij het zien van het resultaat uit de oven weet ik dan dat ik
daarna weer een stap verder kan en moet." Achteraf blijkt dat Bastiaansen na ongeveer twaalf jaar kan maken wat zij ooit heeft bedoeld. Maar zij stelt dan ook bijzondere eisen aan zichzelf.

Grip op het ongrijpbare
Het eerste ontwerp voor een nieuw kunstwerk wordt op dun papier getekend. Het bestaat uit gebogen lijnen die beweging en ritme uit de natuur benaderen. Vervolgens laat zij dat ontwerp zakken in een komvormige mal om te zien hoe de lijnen dan lopen. De vormen moeten dóórlopen en de beweging moet een essentieel gegeven zijn. Na eventuele aanpassingen van het ontwerp wordt de tekening plat neergelegd, met dun huishoudplastic er overheen.
Intussen heeft ze dunne platen porseleinklei (minder dan 1 mm dik!) gerold, die zij op de juiste vochtigheid houdt tussen natte lappen en waarvan zij nu smalle reepjes, zonder ze aan te raken, op de ontwerptekening legt. De reepjes fungeren als ribben in haar object en voorkomen scheuren. Daar overheen wordt weer huishoudplastic gelegd, zodat de porseleinklei tussen twee velletjes dun plastic ligt.
Nu wordt het geheel aan de punten van het plastic opgepakt (bij grotere objecten met hulp van de gezinsleden) en voorzichtig in de steengoed mal neergelaten. Na enkele dagen drogen gaat de mal met object en plastic de oven in, waar in één keer (zonder biscuitbrand) tot 1260°C oxyderend wordt gestookt. Waarom het milieu-onvriendelijke plastic? "Het plastic ademt een beetje en bevordert het drogen. En in de oven laat het totaal geen vlekken achter op het witte werkstuk." Wanneer Bastiaansen kleur gebruikt, legt ze van te voren reepjes klaar die zij inlegt in de witte onderdelen. Zij streeft in dat geval naar accenten die het ritme en de beweging ondersteunen. Tijdens het stoken treedt er altijd wat deformatie op, die echter soms een toevoeging aan het oorspronkelijke ontwerp kan zijn. Glazuur wordt niet gebruikt om de vorm dun te houden. En als na het stoken de oven wordt geopend, ontstaan bijna altijd op dat moment al de plannen voor nieuwe ontwerpen.

Ontwikkeling van multiples
De ontwerpen van Bastiaansen zijn in de loop der jaren steeds opener en ijler geworden, waarbij de komvorm van het totaal slechts in de mal is terug te zien. Momenteel is zij al weer enige tijd bezig met het ontwikkelen van multipIes. In het ontwerp van een gipsen mal is de gesloten komvorm weer terug. Momenteel is dit ontwerp zo ver gevorderd dat zij met gietporselein, eveneens van bone-china, een aantal afgietsels wil maken om te zien of de komvorm als gebruiksvorm voldoet aan haar eisen van beweging en ritme zoals in haar overige werk. Bovendien wil zij uitvinden hoe die objecten kunnen worden gestookt, bijvoorbeeld in een keramische bekisting vol zand. "Maar ik wil naast deze nieuwe ontwikkeling ook mijn huidige werkwijze blijven vernieuwen." Deze onrust en nieuwsgierigheid zijn alleen vol te houden met een goed vermogen tot organiseren.

Exposities
In de galerie van Carla Koch in Amsterdam exposeert Bastiaansen regelmatig; daar is ook altijd werk van haar in stock. Bovendien exposeert zij in binnen- en buitenland. Afgelopen zomer tijdens de Faenza in Italië, dit najaar in de Sint Josephgalerie in Leeuwarden en tegelijk bij Frank Steyaert in Gent (België). Het vervoer van haar kwetsbare werk vormt nogal eens een probleem. Daarom verzorgt zij het vervoer in Europa het liefst zelf. Daarbuiten, zoals in Korea, Taiwan en Japan, waarvoor haar werk wel is geselecteerd, is het vervoer, vooral van grotere objecten, bijna niet zonder breuk mogelijk, hoe vernuftig ook de voorzorgsmaatregelen zijn. Bastiaansen blijft zoeken naar oplossingen. En dat is maar gelukkig. Want intussen is menigeen onder de indruk gekomen van haar werk, waaraan duidelijk zichtbaar jaren van zoeken en experimenteren zijn vooraf gegaan. En waarin de ongrijpbare vormen vol beweging en ritme zo subliem zijn terug te vinden.